|
Jaarlijks koesteren duizenden mensen het verlangen om de Mont Ventoux te bedwingen met de fiets of te voet. Ook een groep transplantatiepatiënten gaat de uitdaging aan. Deze mensen beseffen heel goed dat zij een tweede kans hebben gekregen en willen op deze manier bewijzen dat ze het gewone leven weer aankunnen.
Ook enkele levende donoren, gezonde mensen die aan hun kind, broer, zus of partner een nier of een deel van hun lever hebben afgestaan, nemen deel aan de klim. Artsen, paramedici en andere enthousiastelingen uit de transplantatiewereld begeleiden hen op hun tocht.
Heel wat mensen denken dat patiënten na hun transplantatie geen normaal leven meer kunnen lijden. Met dit project willen de transplantatiepatiënten dit vooroordeel uit de wereld helpen. Het project wil ook transplantatiepatiënten motiveren om meer te bewegen en aan sport te doen. Deze patiënten hebben meer nood aan beweging omdat zij gevoeliger zijn voor onder meer hart- en vaatziekten, bijvoorbeeld door bijwerkingen van de immunosuppressiva. Gezond leven en voldoende bewegen is dus de boodschap.
Vriend en medesporter Guido Van Israël is één van de transplantatiepatiënten die deze uitdaging aan gaan. Vol bewondering kijken we uit naar zijn sportieve prestatie en hopen we natuurlijk dat hij de top zonder problemen zal halen.
We stelden Guido enkele vragen:
Laat ik me eerst even voorstellen :
Ik ben Guido Van Israel, 47 jaar en wonende in Tollembeek. In 1995 toen ik 35 jaar was kreeg ik te horen dat mijn nieren nog een vijftal jaar zouden functioneren en dat een niertransplantatie de oplossing was om mijn gezondheid terug te winnen. Mijn wereld stortte in, want als geen ander wist ik wat voor complicaties een transplantatie met zich meebrengt. Mijn zoontje kreeg immers in 1990 op zesjarige leeftijd een beenmergtransplantatie. Gelukkig voor hem zijn de complicaties sterk afgenomen nadat hij terug aan het dagelijks leven met zijn klasgenootjes kon deelnemen. Samen met ons gezin en zijn vrienden hebben we gevochten en altijd gehandeld alsof het een tijdelijk probleem was, alhoewel we ons vaak afvroegen of het ooit nog zou goedkomen. Nu werden de rollen omgekeerd en kreeg ik moed ingesproken van mijn zoon. Met een transplantatie zou ik zo weer beter zijn. Ik had alvast één goed voorbeeld in huis om mij aan vast te klampen en de zin in het leven niet te verliezen.
In 1998 was mijn nierfunctie minder dan 10 % en schakelde ik over op peritoneale dialyse. De dokters en de verpleegkundigen van het Academisch Ziekenhuis in Jette hebben mij zowel medisch als psychisch heel goed bijgestaan. De automatische peritoneale dialyse die in theorie 's nachts moest gebeuren, verliep niet altijd zoals het hoorde. De combinatie van de nachtelijke problemen en mijn fulltime job als beenhouwer was niet meer vol te houden. Dus diende ik noodgedwongen halftime te werken gedurende anderhalf jaar. Tijdens deze periode ben ik altijd blijven verder sporten (joggen). Voor de dokter waren mijn sportprestaties een barometer. Wanneer het wat minder ging, liet zich dat ook merken tijdens het wekelijks uurtje joggen in de plaatselijke joggingclub waar indertijd gans ons gezin bij aangesloten was.
De avond voor mijn transplantatie ben ik nog gaan joggen, en toen kwam het langverwachte telefoontje in mei 2000.
Welke andere sporten beoefent u?
In het ziekenhuis in Jette is de medische ploeg mij altijd blijven steunen om verder te sporten. Enkele maanden na mijn transplantatie probeerde ik opnieuw te joggen, maar mijn nier was nog niet genoeg vastgegroeid om de schokken tijdens het lopen op te vangen. Na een tweetal jaar heb ik voorzichtig de draad van het joggen terug kunnen opnemen.
En toen kwam de vraag vanuit het ziekenhuis of ik niet geinteresseerd was om deel te nemen aan de Europese Spelen voor Getransplanteerden. In 2004 nam ik voor het eerst deel aan deze spelen in Ljubliana (Slovenië). Omdat competitie voor mij nieuw was, was deelnemen belangrijker dan winnen. Op éénzelfde dag liep ik 100m, 200m, 800m en 400m. Ik was blij dat ik aan alle nummers had kunnen deelnemen.
Dit jaar nam ik ook voor het eerst deel aan de Grote Prijs Herman Mignon in Waarbeke. Omdat we beiden niergetransplanteerden zijn en van het kleine Waarbeke afkomstig zijn, was het enigszins logisch dat we mekaar opzochten na de wedstrijd. Herman die nog altijd geinteresseerd is in sportprestaties, stelde me voor om samen met hem te trainen. Zo gezegd, zo gedaan.
In 2005 nam ik deel aan de Wereldspelen voor getransplanteerden in London (Canada) met een merkbare verbetering van de resultaten, want ik haalde nu ineens op wereldniveau de zilveren medaille op de 400m spurt. Ik begon ook tactischer te denken en nam enkel deel aan de wedstrijd waar ik het meeste kans maakte, zonder mij af te matten aan andere loopnummers.
2006 was terug een nieuwe ervaring rijker, want van de eerste dag van de Europese Spelen in Hongarij werd ik ziek opgenomen in het plaatselijk ziekenhuis. Een taal die je niet beheerst, een cultuur die je niet kent, om nog maar te zwijgen over het beeld dat ik had van de plaatselijke medische wereld, wat een opdoffer. De andere belgische atleten kwamen wij moed inspreken, en naarmate ik me elke dag beter voelde, groeide ook het vertrouwen in de dokters en verpleegkundigen. Na 3 dagen mocht ik het ziekenhuis verlaten en kon ik toch nog deelnemen aan de loopnummers. Voor de 400 m, wat anders mijn sterkste nummer was, ben ik 300 m voluit gegaan en dan ging het licht uit. Te uitgeput van de infectie die ik opgelopen had, maar 's anderendaags kwam nog de 200 m en aangezien ik 300 m kon volhouden, behaalde ik dan maar de gouden medaille op de 200 m. Zo zie je dat je niet meteen moet wanhopen wanneer er iets fout gaat.
De Wereldspelen in 2007 in Bangkok zouden een topper worden, want ik was nog beter getraind dan de voorgaande jaren. Het werd een flopper in plaats van een topper. Voor iemand die tijdens zijn job nogal vaak in frigo's vertoefd waren de weersomstandigheden, de drukkende hitte, de luchtvervuiling, niet genoeg zuurstof, genoeg om te beseffen dat ik mijn krachten moest sparen om te overleven in dit klimaat.
In 2008 kwam Herman met het voorstel om samen deel te nemen aan de beklimming van de Mont Ventoux. Op sportief gebied ben ik wel de mindere tegen een atleet die 2x aan de Olympische Spelen mocht deelnemen, maar het schrikte mij niet af om samen deze uitdaging aan te gaan. Ik kreeg de kans nu om begeleid te worden door een team die topsporters begeleidt nl. Sportkot in Leuven.
Heeft u al veel fietservaring?
Waarbeke was een piepkleine gemeente, waar openbaar vervoer niet bestond. Op mijn 7de fietste ik samen met andere dorpsgenoten naar school in Geraardsbergen. Tot mijn achttiende heb ik mijn fiets blijven gebruiken als mijn enigste vervoermiddel. Enkele jaren geleden heb ik mij een nieuwe fiets gekocht, om samen familietochtjes te maken. Mijn nieuwe fiets is bijlange geen racefiets, maar een doodgewone citybike, met genoeg versnellingen om het heuvelachtig landschap in de streek van Geraardsbergen te trotseren.
Wat heeft u ertoe bewogen om deel te nemen aan de beklimming van de Mont Ventoux?
De eerste deelname aan de Spelen voor Getransplanteerden, gaf mij een gevoel van terug bij de mensen te horen. Eindelijk de vrijheid herwonnen waar ik tijdens de dialysemomenten vaak aan dacht. De uitdaging om de Mont Ventoux op te klimmen legt de lat terug wat hoger, je grenzen verleggen, m.a.w. genieten met volle teugen van de teruggevonden levensvreugde. Deze hoop op nieuw leven wil ik overbrengen naar diegenen die op de wachtlijst staan voor transplantatie. Publiciteit rond dit gebeuren is dus welkom voor hen.
Heeft u een doelstelling voor zichzelf opgelegd?
Aangezien ik niet over een racefiets beschik, maar wel ééntje met degelijke versnellingen, is de doelstelling om fietsend boven te geraken ongeacht de tijd. Ik zou graag nog wat genieten van de omgeving en het landschap.
Op welke manier bereidt u zich voor op de beklimming?
Het Sportkot in Leuven laat ons inspanningstesten uitvoeren en stelt op deze basis een trainingsprogramma op. Als het kan ga ik samen fietsen met Herman. Sporta die de beklimming organiseert, heeft ook regelmatige trainingen voorzien samen met niet getransplanteerde personen. De andere trainingsmomenten probeer ik alleen te doen om op schema te blijven. Om de 14 dagen wordt je trainingsdagboek geëvalueerd en eventueel aangepast. Het is goed om weten dat ieder getransplanteerde een medische begeleider krijgt tijdens de klim.
Hoe belangrijk is het voor iemand die een transplantatie ondergaan heeft, om een dergelijke sportprestatie te leveren?
Voor mij is het belangrijk om terug alles te doen, wat ik voor mijn transplantatie deed. Tot hiertoe ben ik hier aardig in geslaagd, ik voel mij zelfs beter dan tervoren.
Het sociaal contact, een goed gevoel en de ideale manier om het gewicht op peil te houden zijn de belangrijkste factoren om te blijven sporten.
|